donderdag 31 mei 2018

Kleine Bonte Specht

De kleine bonte specht (Dryobates minor) is een vogel die tot de familie spechten (Picidae) behoort. Het is een standvogel in een groot deel van Europa, waar hij voornamelijk in gematigde en boreale bossen leeft. De kleine bonte specht voedt zich keverlarven, bladluizen en andere kleine ongewervelde dieren.

De Kleine bonte specht is de kleinste in zijn soort. (Geluidsfragment: alarm-roep en roffel).

De Kleine Bonte Specht is het kleinduimpje onder de spechten, niet groter dan een flinke mus. De lichaamslengte van een volwassen vogel bedraagt 14 tot 16 centimeter en de vleugelspanwijdte 25 tot 27 centimeter. Heeft zijn grotere broer, de grote bonte specht, een voorkeur voor flinke (dode) bomen en takken, de kleine bonte specht geeft meer de voorkeur aan kleinere dode takken en twijgen vlak bij de grond. Heeft een voorkeur voor natte gebieden maar is ook te vinden in boomgaarden en een parkachtige omgeving.
Onopvallend vogeltje dat je maar zelden te zien krijgt. Slechts zijn zang - een valkachtig 'kikiki'- verraadt hem. Verder onderscheidt de kleine bonte specht zich van zijn grotere broer door het ontbreken van de witte schoudervlekken en heeft het mannetje de rode vlek voor op het hoofd zitten in plaats van achter in de nek.

De snavel en poten zijn grijs gekleurd en de iris kastanjebruin. Het verenkleed is aan de bovenzijde overwegend zwart en aan de onderzijde wit met vage donkere streepjes. De vleugels zijn aan de bovenzijde duidelijk gebandeerd met brede, witte banen. De zwarte onderrug heeft smallere witte banen. Ook de staart is wit gebandeerd. Net als de meeste spechten heeft de kleine bonte specht staartpennen met stugge veerschachten, die extra ondersteuning bieden tijdens het klimmen. De kop is overwegend wit op de zijkanten en de keel. Vanaf de snavel loopt een zwarte baardstreep door tot halverwege de nek. Het voorhoofd is wit gekleurd, vaak met een gele tint.

De kleine bonte specht is duidelijk seksueel dimorf wat betreft de koptekening. Alleen het mannetje heeft een rode kruin, aan de zijkanten gebiesd met een zwarte streep. Het vrouwtje heeft een geheel zwarte kruin en is dus geheel zwart-wit gekleurd. Het juveniele mannetje heeft een roze vlek op de voorste helft van de kroon, bij het vrouwtje is deze plek donker of grijs gevlekt.

De kleine bonte specht foerageert in vrijwel alle vegetatielagen, maar voornamelijk in de bovenste boomlagen. Dankzij zijn laag gewicht is hij in staat om aan dunne of dode takken te hangen terwijl hij naar voedsel zoekt. Wanneer de kleine bonte specht op zoek is naar houtbewonende keverlarven, slaat hij met zijn snavel stukken uit rot hout. Houtsnippers onderaan een boom is vaak een eerste indicatie voor bosbeheerders dat er keverlarven in de bovenste takken leven.

Buiten het broedseizoen voedt de kleine bonte specht zich voornamelijk met insectenlarven, die hij vooral op dunne dode takken van levende bomen zoekt. Tijdens het broedseizoen jaagt hij ook op kleine ongewervelden die op de oppervlakte van bast en bladeren leven, zoals bladluizen. Dit vormt ook het hoofdvoedsel voor de nestlingen.

Carolina eend

Vanmorgen ben ik met Wout naar de Kattesteertvijver gereden. Deze vijver ligt op grondgebied van het Provinciaal domein Prinsenpark in Retie. Bij aankomst troffen wij de Carolina eend aan. De Carolina eend is een ‘vreemde vogel’ in BelgiĆ« en Nederland. Van oorsprong komt hij hier namelijk niet voor. Door toedoen van de mens is de eend, als sier-eend uit het noord-oostelijk deel van de Verenigde Staten van Amerika naar hier gehaald.

De kleurrijke Carolina eend komt uit North en South Carolina.

De kleurrijke Carolina eend is een naast familielid van de eveneens kleurige mandarijneend. Het verenkleed van de woerd is prachtig gekleurd, terwijl het vrouwtje bruingrijs is met witomrande ogen. De lichaamslengte bedraagt ongeveer 45 cm. De zwarte kop heeft een metaalglans. Vanaf de snavelwortel tot aan het einde van de sierlijk neerhangende kuif bevindt zich een witte streep. Aan de kuifbasis loopt aan de onderzijde nog zo'n smalle, witte band. De keel is wit. Bij het begin van de kastanjebruine borst bevindt zich een vlek en aan de onderzijde van deze borstkleur bevinden zich witte puntjes. De onderzijde wordt van de borst gescheiden door een zwarte streep. Het onderlichaam zelf heeft een witte kleur. De flanken zijn lichtbruin met zwarte streepjes. De onderstaartdekveren hebben een rode kleur. De vleugels en bovenzijde hebben een zwarte kleur met bruine veerzomen. Snavel en poten zijn helderrood.


Het is een veel gehouden sierwatervogel die in het verleden weleens is ontsnapt. In de Benelux is de carolina-eend daarom een exoot die men weleens in de natuur kan tegenkomen. Deze kleurrijke verschijning komt voor op rustige poelen en rivieren van oostelijk Noord-Amerika. 's Winters trekt hij naar het zuidelijk deel daarvan. Deze eend is vaak hoog in bomen aan te treffen en nestelt vaak in verlaten spechtenholen of in nestkasten hoog boven de grond. De vogel is tamelijk wintervast.


Een legsel bestaat uit 7 tot 10 lichtbruine eieren, die worden afgezet in een boomhol bij het water. Ze worden uitgebroed in ongeveer 30 dagen.

Muskuseend

De Muskuseend of Barbarieeend (Cairina moschata) is een eendensoort die oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Amerika komt, uit een gebied dat zich uitstrekt van Mexico tot Peru. Al in Zuid-Amerika werd de wilde muskuseend gedomesticeerd en bij huis gefokt voor het vlees. In de 16e eeuw werden muskuseenden naar Europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers. Deze gedomesticeerde muskuseenden worden ook tegenwoordig nog veel op (kinder)boerderijen gehouden en bij hobbyisten.

De Muskuseend is een grote eend, van 3 tot 4,5 Kgr.

Kenmerkend voor de tamme muskuseend zijn de rode wratten rond de ogen, die bij de wilde muskuseend veel minder aanwezig zijn. Het mannetje (de woerd) is tweemaal zo groot als het vrouwtje. De muskuseend is een grote vogel die in verhouding niet zwaar is, maar die wel korte poten en grote voeten heeft. Ze wegen gemiddeld tussen de 3000 en 4500 gram en bereiken een lichaamslengte van 66 tot 84 cm. Desondanks kunnen de vrouwtjes vaak voortreffelijk vliegen, terwijl de woerden er vaak meer moeite mee hebben. Gedomesticeerde muskuseenden komen in veel kleuren voor, waarvan de bonte (zwart-witte) kleur het bekendste is.


Oorspronkelijke (wilde) muskuseend
De wilde muskuseend, die in Zuid-Amerika leeft, staat onder druk. Hun leefgebied wordt steeds verder gecultiveerd, waardoor oude holle bomen verdwijnen, de voornaamste plaatsen waar ze hun nest maken. De gedomesticeerde muskuseend die ook in Zuid-Amerika veel wordt gefokt, kruist zich nogal eens met hun wilde soortgenoten. Hierdoor lijkt in gecultiveerd gebied de wilde muskuseend zeldzamer te worden. In Europese en Amerikaanse watervogelcollecties is de wilde muskuseend bijna geheel verdwenen. Economisch zijn ze niet interessant en door de siervogelliefhebber worden ze vaak erg groot gevonden. Door enkele kwekers wordt getracht de in gevangenschap levende populatie wilde muskuseenden in stand te houden. Gelukkig zijn er nog diverse paren waarmee succesvol wordt gefokt, allen (in)direct afkomstig uit hun oorspronkelijke leefgebied in Mexico en Braziliƫ.