maandag 17 augustus 2026

Vogels spotten - Soorten register

'Vogels spotten - vogelsoorten register' is een blog over vogels die je in eigen tuin of wandelend door de natuur tegen kunt komen, dan wel over vogelsoorten in de vrije natuur. Vooral de vogels in Nederland en België.

Vogels spotten of vogelen is het bekijken, de naam er bij zoeken, en tellen van vogels, het inventariseren van de vogels in gebieden, en het doen van onderzoek naar bijvoorbeeld gedrag en ecologie. De beoefenaars van deze hobby worden wel vogelspotters, vogelaars of amateurornithologen genoemd.

Een ideale plek om vogels te spotten is in een vogelkijkhut. De vogelkijkhutten zijn prachtige plekken om vogels, maar ook ander wild te observeren. Vogelkijkhutten en kijkwanden zijn van verschillende kijkopeningen voorzien met observatiegelegenheden. Ze is gesitueerd aan de rand van een vogelrijk gebied, bijvoorbeeld in een rietkraag bij een water waar veel vogels zich verzamelen. Van achter deze wand kunnen vogelaars en andere belangstellenden wilde vogels van dichtbij of via verrekijkers of foto en video apparatuur observeren zonder ze te verstoren.


Index vogelsoorten:
Aalscholver, Appelvink, Baardmannetje, Barmsijs, Bergeend, Blauwborst, Blauwe reiger, Boerenzwaluw, Bontbekplevier, Bonte Strandloper, Bonte vliegenvanger, Boomklever, Boomkruiper, Boompieper, Bosrietzanger, Brandgans, Buizerd, Carolina eend, Chinese Knobbelgans, Dendermondse eend, Dodaars, Ekster, Fitis, Fuut, Gaai, Geelgors, Gele kwikstaart, Geoorde fuut, Goudhaantje, Goudvink, Grasmus, Graspieper, Grauwe gans, Grauwe vliegenvanger, Groene Specht, Groenling, Grote bonte specht, Grote Canadese gans, Grote karekiet, Grote zilverreiger, Grutto, Heggenmus, Helmparelhoen, Houtduif, Huismus, Indische gans, Kanoet, Kauw, Keep, Kemphaan, Kievit, Kleine Karekiet, Kleine Bonte Specht, Kleine Plevier, Kleine zilverreiger, Kleine zwaan, Kleine zwartkop, Kneu, Knobbelzwaan, Koekoek, Kokmeeuw, Koolmees, Koperwiek, Kraanvogel, Krakeend, Kramsvogel, Kuifeend, Kuifmees, Lepelaar, Marmereend, Meerkoet, Merel, Middelste bonte specht, Muskuseend, Nijlgans, Notenkraker, Oevermaina, Ooievaar, Papegaaiduiker, Parkgans, Patrijs, Pestvogel, Pimpelmees, Putter, Rietgors, Pijlstaart, Roodborst, Roodborsttapuit, Scholekster, Sijs, Smient, Spreeuw, Sperwer, Staartmees, Steenuil, Steltkluut, Tafeleend, Tapuit, Tjiftjaf, Toendrarietgans, Torenvalk, Tuinfluiter, Tureluur, Turkse Tortel, Velduil, Vink, Visarend, Vuurgoudhaan, Waterhoen, Waterral, Watersnip, Wielewaal, Wilde eend, Wilde zwaan, Winterkoning, Wintertaling, Witte kwikstaart, Wulp, IJsduiker, IJsvogel, Zanglijster, Zomertaling, Zwarte kraai, Zwarte mees, Zwarte ooievaar, Zwarte specht, Zwarte zwaan, Zwartkop

Watersnip

De Watersnip is een zeldzame weidevogel, maar op trek nog regelmatig te zien. De vogel vertrouwt bij verstoring lang op zijn schutkleur, maar vliegt op tijd weg met een zigzaggend vlucht, roept daarbij kenmerkend 'skrètsj...skrètsj...'. Heeft opvallende baltsvlucht, waarbij de vogel in een schuine hoek omlaag duikt. Hij spreidt daarbij zijn buitenste staartpennen, die merkwaardig gevormd zijn. Door de vibratie ontstaat een blatend geluid.


De Watersnip vertrouwt bij verstoring lang op zijn schutkleur

Typische snip met zeer lange snavel. Opvallende strepen op kop en rug. Gebandeerde flanken. Een soort die op de watersnip lijkt, is het bokje, maar die heeft een korte snavel en strepen op flanken. De watersnip vliegt bij verstoring vaak ver weg in zigzaggende vlucht; laat daarbij een schorre roep horen.

De Watersnip broedt vooral in vochtig tot nat, zeer extensief gebruikt en kruidenrijk, rijk gestructureerd grasland op veen; ook in gemaaid rietland, trilvenen, vroeger ook natte heide. Graag met wat modderige plekken. Buiten Nederland ook in struiktoendra en open taiga en hoogvenen. Heeft een zachte bodem nodig. Buiten de broedtijd vooral natte graslanden, slootkanten, lage moerasvegetaties e.d. Niet op wad, wel in kwelders. Ook rijstvelden en natte akkers.

Ze eten een gevarieerd menu van kleine ongewervelde dieren, zoals insecten en hun larven (onder meer emelten), wormen, kleine kreeftachtigen, slakjes, spinnen. Soms plantaardig materiaal (vooral zaden). Zoekt voedsel op de tast met de snavel in de bovenste laag van vochtige of natte bodem. Hierbij wordt de snavel in een snel ritme verticaal de bodem ingestoken. Foerageert meestal in kleine groepjes.

Territoriaal, monogaam. Paren worden meestal in het broedgebied gevormd, mannetjes arriveren eerder. Nest op de grond, goed verstopt in de vegetatie. Eén, soms twee broedsels, meestal vier eieren. Legtijd april-juni (in het noorden). Broedduur: 17-21 dagen, alleen vrouwtje broedt. Jongen zijn nestvlieders, worden gehoed en gevoerd door beide ouders. Worden aanvankelijk gevoerd. Vliegvlug na 19-20 dagen.