dinsdag 10 september 2019

Parkgans

In vrijheid levende Parkganzen zijn gedomesticeerde Grauwe Ganzen (Anser anser), gedomesticeerde Zwaanganzen, (bekend als Knobbelganzen Anser cygnoides ) en hybriden tussen beide. Deze gedomesticeerde vormen zijn het beste te herkennen door hun versterkte neiging om vet op te slaan: meestal hebben volwassen exemplaren een duidelijke hangbuik.

Deze Parkgans is nog een Hybriden, waarbij de snavel nog niet volledig zwart is.

Hybriden zijn vaak herkenbaar aan de hand van een tweekleurige snavel (zwart en oranje gevlekt), donkere streep op de nek gecombineerd met geribbelde halsveren en een kleine snavelknobbel.

Anders dan bij Eenden en Duiven blijven bij Ganzen ook bij vrij levende exemplaren de afwijkende proporties duidelijk aanwezig. Dit komt voornamelijk doordat de vrij levende Parkganzen tientallen jaren oud worden en dus niet gedurende meerdere generaties aan natuurlijke selectie onderhevig zijn geweest. Verder worden vrijwel alle gedomesticeerde Ganzen gekenmerkt door de zware lichaamsbouw en is er op dit punt dus weinig variatie onder de founders (uitgangsdieren).


Parkganzen hybridiseren vermengen zich regelmatig met andere ganzensoorten, het meest met Grauwe Ganzen (dezelfde soort!). De hybriden tussen twee soorten uit het genus Anser zijn meestal vruchtbaar en kunnen onderling kruisen en terugkruisen met de oudersoorten. Hierdoor is de grens tussen Parkganzen en Grauwe Ganzen niet meer scherp te trekken. Onder andere komen exemplaren voor met de lichaamsbouw van de Grauwe Gans maar met een kleur die van Parkganzen afkomstig is. Het is het beste om alle in kleur en/of lichaamsbouw van de wildvorm van de Grauwe Gans afwijkende exemplaren onder de noemer 'Parkgans' samen te vatten.

vrijdag 8 maart 2019

Chinese Knobbelgans

De Zwaangans is een tamelijk zeldzame soort die leeft op steppemeren en rivierdalen in Zuidwest-Rusland, China en Mongolië. De soort heeft in het wild de status “kwetsbaar”. Ook de witte rand achter de snavel en de bruine verticale band vanaf zijn hoofd over de achterkant van de nek waren opvallend. Het is een exoot die je niet alle dagen tegen komt.

De Chinese Knobbelgans voelt zich goed thuis in het kanaal.

De Chinese Knobbelgans heeft een korte snavel met een duidelijke knobbel boven op de snavelbasis, met daarachter een witte band rondom de snavel. Knobbelgans is de gedomesticeerde vorm van de Zwaangans. De Zwaangans is een grote gans, vergelijkbaar met Grauwe Gans, met een zeer lange nek, een vrij smalle, langwerpige kop en een lange zwarte snavel. De bovenkant van de kop en achterzijde van de hals zijn donkerbruin, de voorzijde van de hals licht bruin tot beige. De kans is klein dat een Zwaangans in wildvorm wordt waargenomen in Nederland, omdat deze buiten China weinig wordt gehouden. Het is desondanks wel handig om te weten hoe de wildvorm er uit ziet om het onderscheid te kunnen maken tussen Knobbelgans en Soepgans. De Chinese Knobbelgans is dus duidelijk geen soepgans.

De rechter gans, en op de rechter foto de voorste, is het vrouwtje, te herkennen aan de eierzak en de kropzak.

Het verschil tussen een mannetje en een vrouwtje zie je doordat het vrouwtje een grotere hangbuik heeft dan een mannetje. Eigenlijk is dat de eierzak die nu goed te zien is. In de broedtijd zie je dat het best.

De Knobbelgans is zwaarder van bouw dan de wildvorm (vaak met ‘hangbuik’ en iets opgerichte staart), en heeft een zwarte knobbel op de snavel en een keelflap. Vaak worden waarnemingen van Knobbelganzen verzameld in de categorie 'soepgans' wat helemaal niet terecht is, aangezien soepgans strikt genomen verwijst naar alle gedomesticeerde varianten van Grauwe Gans. Knobbelganzen onderscheiden zich van Soepganzen door de zwarte snavel en grote knobbel en het contrast tussen de donkere achterzijde van de nek en de lichte voorzijde.


zondag 25 november 2018

Notenkraker

Notenkrakers zijn wintergasten uit Scandinavië en Siberië. Tijdens 'invasies' kunnen tot soms grote aantallen notenkrakers in Nederland opduiken. Vaak zijn deze wintergasten opvallend goed te benaderen; ze zijn weinig mensen gewend en zien ons niet snel als bedreiging. Minder bekend is dat de notenkraker in Nederland gebroed heeft. Met name na grote invasies blijven soms enkele paartjes notenkrakers hier 'hangen' en is broeden enkele malen aangetoond.

De Notenkraker dook in november 2018 op in Wageningen

De Notenkraker is ongeveer even groot als een (Vlaamse) Gaai, maar met een donkerbruin verenkleed met witte druppels en een lange, krachtige snavel. De kruin en het grootste deel van de vleugels zijn egaal donkerbruin. De anaalstreek is wit en de staart is van onderen zwartwit.

Broedt in sparrenbossen met hazelaars (van Centraal-Europa); tijdens invasies hier niet direct aan gebonden en kan dan opduiken in tuinen en parken, maar zoekt er wel zaden en noten, vaak in de onderbegroeiing van het bos. Hazelnoten zijn van groot belang als wintervoedsel voor de notenkraker, maar ook ander voedsel wordt gegeten.

Doorgaans zijn het standvogel in Scandinavië en Siberië maar kan door voedselschaarste massale invasies vertonen, met name vanuit Scandinavië Europa in. Grote invasies laten zich al merken vanaf eind juli-augustus, maar doorgaans is piek van een invasie te verwachten in oktober-november. Van terugtrek wordt weinig gemerkt, waarschijnlijk door sterfte. Dagtrekker.