dinsdag 9 juni 2015

Krakeend

De Krakeend (Anas strepera, vroeger bekend als Mareca strepera) is een vogel uit de familie van Anatidae (Zwanen, ganzen en eenden). Een volwassen krakeend is circa 50 centimeter groot en is daarom ongeveer even groot als de wilde eend. Het dier geeft de voorkeur aan binnenwateren. Het mannetje is grijs met een zwart achterwerk en heeft kastanjebruine vleugeldekveren. Het vrouwtje is geelachtiger van kleur.

 

In Nederland en België komt de krakeend algemeen voor. In de zomer zijn ze vooral aan te treffen in Oost-Europa, 's winters voornamelijk in Zuid-Europa, het Verenigd Koninkrijk en Ierland. In Noord-Griekenland zijn de dieren het hele jaar door aanwezig.

Kuifeend

De Kuifeend (Aythya fuligula) is een middelgrote duikeend, die voornamelijk opvalt door de afhangende kuif op het achterhoofd, vooral bij het mannetje.


Een volwassen exemplaar is ongeveer 45 centimeter groot (van snavelpunt tot staartpunt) en is daarmee ongeveer even groot als de topper. De naam danken de dieren aan de kuif, die zowel het mannetje als vrouwtje hebben. De kuif van het mannetje is veel groter en hangt af. Die van het vrouwtje is bescheiden maar duidelijk zichtbaar.

De donkerbruine kuikens, die slechts een paar lichtere, symmetrisch geplaatste, vlekken hebben en een gele buik, vallen op door grote sterke snavel en grote voeten, die relatief ver naar achteren zijn geplaatst als bij een zwaan. Ze lopen, mede daardoor, rechter op dan de kuikens van de gewone wilde eend die het lijf vrijwel horizontaal houden tijdens het lopen.


Kuifeend paring op waterberging Schotelven

Ook in het jeugdverenkleed, dat na zo'n drie weken door het dons begint te breken en na zo'n tien weken vrijwel af is, is zichtbaar of het om een woerd of een eend gaat. Het verenkleed van de woerd is dan al vrij licht gekleurd op de flanken en bijna zwart op de rug. De eenden hebben een chocoladebruine kop en flanken, moccakleurige vleugels en een grijs-witte buik. Tegen de eerste winter zijn beide geslachten op kleur. De woerden hebben dan de helderwitte flanken en zwarte kop en rug. De kop laat een donkerpaarse gloed zien en de kuif is ook ontwikkeld. De eenden hebben dan een witte buik en een lichtere vlek aan de basis van de snavel. Vergelijkbaar met die van de topper-eendenvrouw maar minder uitgesproken. Beider snavels zijn dan grijs met een zwarte punt. De kuifeend is een goede vlieger en laat een opvallende witte streep zien in de uitgeslagen vleugels.

De kuifeend is een duikeend en brengt het grootste gedeelte van de dag door op het water waarbij hij langdurig duikt op zoek naar voedsel (slakjes, algen, schelpdiertjes, waterplanten) en hij is daarbij niet kieskeurig. De sterke en vrij scherpgerande snavel, met een flinke verharde punt aan het eind, draagt bij aan de stroomlijn onder water maar maakt het bovendien gemakkelijker om snel voedsel te kunnen oppikken of afbijten. De ver naar achter geplaatste voeten dragen bij aan een betere voortstuwing op en onder water maar maken het lopen op land wat moeilijker. Vandaar dat deze eenden minder aan land komen dan andere soorten eenden. Ze komen vrij veel voor op sneller stromend water van rivieren, waarbij ze moeiteloos tegen de stroom inzwemmen om op exact dezelfde plek op het water te kunnen blijven, maar ze voelen zich net zo thuis op rustiger meren.

Voortplanting
Het nest wordt gebouwd nabij het water, verborgen in de oeverbegroeiing. Het legsel bestaat uit zes tot twaalf lichtgele tot grijsgroene eieren, die 26 dagen worden bebroed.

Meerkoet

De Meerkoet (Fulica atra) behoort tot de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica). De vogel is 38 centimeter groot en 300 tot 1200 gram zwaar, geheel zwart met een witte snavel en voorhoofdsschild. Verder heeft hij groene poten en rode ogen.


De meerkoet duikt veel, met name bij het zoeken naar waterplanten. Hij vliegt niet graag, hij verplaatst zich liever rennend over het water. Ook bij het opstijgen uit het water wordt eerst een stuk rennend afgelegd. Bij migratie, die meestal 's nachts plaatsvindt, kan hij echter grote afstanden afleggen. De meerkoet is een omnivoor, die zich hoofdzakelijk voedt met waterplanten, weekdiertjes en waterinsecten. Ook worden zaden, gras en bessen gegeten. De meerkoet is monogaam.

Het nest wordt aan de waterkant gebouwd van riet en waterplanten, maar ook van drijvend afval zoals stukken papier of plastic. In een nest worden 5 tot 10 grijswitte tot zandkleurige eieren met bruinzwarte vlekjes en puntjes uitgebroed in een tijdsbestek van 21 tot 25 dagen. De jongen, wanneer ze overleven, worden door beide ouders begeleid en kunnen na ongeveer 8 weken vliegen. Overleeft van een nest slechts een enkel jong of zelfs geen (omdat de jongen een gewilde prooi zijn voor reigers en meeuwen), dan doen de ouders een volgende poging. Per broedseizoen doen de ouders 2 tot 3 pogingen een nest jongen groot te brengen.

De meerkoet is te vinden op grote wateren, plassen en meren, maar ook in parken, grachten en sloten. Hij komt voor in Europa, Noord-Afrika, Azië en Australië. In Nederland is het een algemene broedvogel - in 2000 waren er 180.000 broedparen. Buiten de broedtijd komen er grote groepen doortrekkers en wintergasten in Nederland voor. In het Noorden van Nederland wordt de meerkoet ook wel waterkip genoemd. Een meerkoet wordt gemiddeld tien jaar oud.